German Biber
De Biber was een Duitse kleine éénmans U-boot.
Ontworpen begin 1944. Het ontwerp van deze boot deed sterk denken aan de
Engelse Welman-Craft onderzeeër, die tijdens een aanval op Bergen in
Noorwegen in Duitse handen was gevallen. De lengte van de Biber was 9,03m,
grootste breedte 1,57m, breedte druklichaam 0,96m. Dit druklichaam was
uitgevoerd in 3mm staalplaat De waterverplaatsing was 6,3 m³. Een 2,5 ltr.
-32-PS-Opwel-Blitz LKW (vrachtautomotor) benzinemotor gaf de boot bij
oppervlaktevaart een snelheid van 6,5 Kn. Drie bakken met 4 batterijen
(2x26, 2x12cellen) gaven de 13 Ps elektromotor een gemiddelde snelheid onder
water van 5,3Kn. Er kon 225 L brandstof (benzine) meegenomen worden en die
waren goed voor een vaarbereik aan de oppervlakte van 100 zeemijlen bij 6,5
kn. In de onderwatervaart kwam men aan 8,5 zeemijlen bij 5,3 Kn, en 8
zeemijlen bij 2,5 Kn. De duikdiepte lag op zo’n 20 meter, maar kon met meer
dan 50% worden overschreden.
De bewapening bestond uit twee 53,3cm elektrotorpedo’s van het G7e type die
in halfronde uitsparingen aan weerszijden van de boot werden meegenomen. Ook
kon de Biber in plaats van torpedo’s mijnen meenemen en leggen.
Het varen met de Biber was niet van gevaren ontbloot. Zo leidde de
benzinemotor nogal eens tot explosie gevaar. En de afvoer van de
uitlaatgassen was ook niet geheel zonder problemen
De boot was bruikbaar tot een zeegang van 3-4, bij sterke getijstromingen
was de aandrijfkracht van de motor te gering. En dan te bedenken dat alles
door 1 persoon moest worden uitgevoerd. Zoals het blazen en vol laten lopen
van de duiktanks, het trimmen van de boot d.m.v. duiktanks en dit laatste
aangevuld met het verschuiven van gewichten in de langsrichting van de boot.
De mini onderzeeërs vielen onder het Klein Kampf-Verband. In bezet Nederland
waren verschillende uitvals bases van deze mini U-boten, o.a IJmuiden, Poortershaven en Hellevoetsluis. In Hellevoetsluis lagen Bibers en Linsen
spreng-boten. De Bibers werden vanuit Poortershaven naar Hellevoetsluis
getransporteerd. (door een sleepboot naar Hellevoetsluis gesleept) Vanuit
Hellevoetsluis werden ze o.a. ingezet om geallieerde schepen te vernietigen
die de Westerschelde monding opvoeren op weg naar het al bevrijde Antwerpen.
De bibers werden dan naar een punt boven Schouwen gesleept om vandaar
op eigen kracht verder te gaan.


Klik Op foto voor vergroting
De stichting heeft zich altijd betrokken
gevoeld bij het lot van de Vlissingse "Biber".
Niet direkt een bunker, maar zeker deel uitmakend van de geschiedenis van de
Westerschelde in oorlogstijd.
Al jarenlang wordt er gesproken en onderhandeld over een definitieve plaats.
Gedwongen door de ontwikkelingen met de voorlopige opslagplaats, de voormalige immerfabriek
de Schelde, is het overleg de laatste maanden aangescherpt.
Samen met de Vrienden van het Maritiem Museum Vlissingen, heeft de stichting
zich
ingespannen om een tijdelijke lokatie voor de Biber te vinden.
Uiteindelijk is gekozen voor een voorlopige plaatsing in het Fort Rammekens.
Met dit besluit is voorkomen dat de Biber definitief uit Vlissingen verdwijnt.
Het streven is om de Biber een vaste rustplaats te geven in de omgeving van de
Oranjedijk.
Hierover wordt op korte termijn overleg gevoerd met de betrokken instanties.
De stichting zal bij het overleg betrokken zijn.
Op vrijdag 13 oktober was het zover, de mini-onderzeeër is verplaatst.
Wij danken onze vrijwilligers voor hun inzet bij deze actie.

Buiten de timmerfabriek in de takels.

Op weg naar Rammekens.
De bever wordt uitgezet in het natuurgebied.

Het bospad geeft wat vertraging.
De bever komt aan bij zijn tijdelijke burcht.

Dit heeft Maria van Hongarije in 1547 bij het geven van de opdracht voor het
bouwen van het fort nooit kunnen bedenken.

De Biber ligt onder de overkapping beschermd tegen weer en wind.

Biber op transport




Torpedo aan de Biber