Bouwverslag Hr.Ms. M1
Waarom duikboten bouwen?
Ik zou het niet weten, ineens kwam het bij mij op, niet om dat ik zo technisch ben.
Veel ervaring had ik op modelbouw gebied niet, wel het gebruikelijke, plastiek, lijm, hout en veel plamuur.
Dus denk ik dat het toch de uitdaging is, alleen het wordt een verslaving, want je blijft doorgaan.
Nadat ik zelf van tekening de Nederlandse duikboot Hr.Ms. K18 gebouwd had kwam ik toevallig in het bezit van tekeningen van de Hr.Ms. M1 een ex- Duitse mijnenlegger ,waar ik op dat moment geen tijd voorhad, maar na enige jaren ging ik ze eens goed bekijken en dacht “het mijnen leggen moet kunnen werken” maar waar maak je ze van?
Ik kwam uit op pingpong ballen, en dus deze maat overgezet op de boot maar dan moest de wel boot op schaal 1:20 gebouwd worden.
Hij werd ongeveer 1.70 m lang, en na heel veel rekenwerk, ( want de tekeningen waren 1:40) , zagen en plamuren had ik het model zover klaar om een mal te maken van polyester.
Dan het schip zelf in de mal ; mijn idee was en is om alles zo licht mogelijk te maken.
Dus op een zonnige dag buiten , polyester en alles laten bakken in de zon, de andere dag had ik geen geduld meer en moest de vorm er zo snel mogelijk er uit.
Gelijk het model lossen en ik was niet ontevreden met wat ik zag, de kleine foutjes die er in zaten kwamen vanzelf wel goed.
Maar nu begon pas het echte werk, want het idee was mijnen leggen, ballasttank, trimtank en eventueel navigatie verlichting in het schip monteren.
,Maar eerst de mijn- installatie. Van de zes buizen moest er 1 afvallen. omdat ik voorin de duikroeren wilde laten werken.
Maar omdat ik het in mijn hoofd had dat alles zo simpel mogelijk moest werken, werd het er echt niet makkelijker op.
Doordat ik regelmatig op model duikboot treffens kom, en dan voornamelijk in Duitsland, wordt er veel gekeken en nog veel meer gepraat.
Maar niemand had ideeën, alleen bergen problemen zag men allemaal en " waar begin je aan, met de balans krijg je veel problemen", dat was eigenlijk het enige wat er gezegd werd, maar het zou wel leuk zijn als het functioneert, dus voor mij reden genoeg om toch door te zetten.
Na 5 maanden en 4 prototypes, die allemaal werkten, maar te groot of te zwaar waren, had ik de mijn- installatie naar mijn zin.
Nu kon ik de romp gaan indelen en ik zag het "balans probleem" langzaam tevoorschijn komen; het waterdichte gedeelte kwam naar achteren en in principe zou ik daar dus het evenwicht moeten vinden.
Ik had ruw- weg berekend dat het schip ongeveer 18 kg (dit werd 23 kg) zou gaan wegen en alles wat boven water kwam 1,3 kg zou zijn, en men dus 1,3 lt water als ballast nodig heeft.
Ik kon dus ruim 16 kg spullen kwijt in de romp maar het grote probleem is, alles wat je nodig hebt is niet in huis en kost meestal veel geld om het aan te schaffen en tijd maar het aller- belangrijkste is toch veel geduld.
Dus tijd om verder te denken over de mijnen!
Ik had ergens een plaatje gevonden van een verankerde zeemijn, zoals die toen gebruikt werd. Geen pingpong bal maar een kinder verrassing ei, dit leek er nog het meeste op dus vroeg ik alle kinderen uit het dorp of ik de lege eieren mocht hebben.
Het onderstel heb ik van messing in elkaar gesoldeerd met uitklapbare poten voor de verankering en een katrol om de lijn voor de diepte- afstelling vast te houden, later kwam er nog een rem om de mijn vast te houden tot die op de bodem kwam, anders bleef de mijn onder de boot hangen.
Bij het testen kwam ik er pas achter dat gewicht- en waterverplaatsing twee dingen zijn die heel belangrijk zijn.
90 gram voor de mijn, 35 gram drijfvermogen, blijft 55 gram dus over die eruit valt maal 5.
Krijg ik hier nu een balans- probleem?
Ja dus en dan is er compensatie nodig die gelijktijdig met het vallen van de mijn werkt.
Wat ik nog wel kwijt kon in de boot waren twee injectie spuiten van 60 ml maar ik kon maar 5cm schuiven om alle mijnen er een voor een uit te laten vallen en dan gelijktijdig te compenseren wat inhoudt dat ik maar 10 ml water kan innemen per cm en per mijn die dus 45 gram te zwaar waren, (is het nog steeds zo leuk om te modelbouwen?).
Dus met een brieven weegschaal alle onderdelen gewogen om te kijken wat ik aan gewicht kon besparen. De messing ring aan de bovenkant vervangen door een van pvc, de staanders die massief waren door dun wandig buis van 2mm, de bodemplaat nog wat dunner afgedraaid en op deze manier kwam ik op het juiste gewicht voor de 10ml compensatie, dus de boot blijft als hij mijnen laat vallen precies in balans .
En zo kwamen er nog wel een paar problemen naar voren en na drie en half jaar ............................: de eerste proefvaart en alles functioneert! Hoera !!
Een paar dingen verbeteren en dan alweer op zoek naar een volgend model met nieuwe en andere problemen.
Want als het je eenmaal te pakken heeft blijf je door bouwen.
Wat je maakt is niet van belang. Het leuke van oude schepen is dat zij een historie hebben en zo krijg je er een andere hobby bij: op zoeken en verzamelen.
De Hr. Ms K18 heeft in 1934-35 een interessante wereldreis gemaakt en ook als radio baken op de Atlantische Oceaan gelegen voor de overtocht van het vliegtuig de Snip, want anders konden zij Amerika niet vinden, zij kreeg in Kaapstad (Zuid Afrika) de naam “de vir niks nie bang nie boot”.
De Hr.Ms. M1 was in 1917 op Terschelling gestrand, hij heette toen de UC 8 een Duitse mijnenlegger en zo kwam de Nederlandse Marine aan zijn eerste mijnenlegger.
Dit is dus modelbouw wat je leuk vindt moet je doen en niet gaan lopen maren en twijfelen, probeer contact te krijgen met andere modelbouwers die niet moeilijk doen, maar die moet je zoeken bv. op een beurs of op een duikboot meeting.
Maar om even bij de les te blijven want ik dwaal af, de Hr.Ms. K18 werkte op perslucht dat wil zeggen d.m.v. magneet ventielen en een voorraad tankje met perslucht (opgeperst met een minicompressor) kan hij ongeveer 4a 5 x naar boven komen en dan moet je hem weer oppompen. Ik moet zeggen dat dit feilloos werkt het enige nadeel is wel de prijs, maar ik wilde het goedkoper en anders maken in de Hr.Ms. M1 , vaste ballasttank en een zuig- perspomp om te trimmen. De pomp die ik al eens had gekocht kon een halve liter water in nemen. Dus omdat het bovenwater gedeelte ongeveer 1,3 kg zou worden moest ik nog 800 gram water in een vaste ballasttank kwijt die ik d.m.v. een tandwiel pomp in en uit kon pompen. Met wat zand en een conserven blik bepaalde ik het volume om te weten hoe groot de ballasttank moest worden. En hoe lager in de boot, hoe beter de stabilisatie zou zijn en ik had een betere ruimte om in te delen, de accu’s aan de zijkanten en de trimpomp in het midden. Als ik de accu’s in een bak zou plaatsen had ik bovenop nog ruimte voor de relais schakelingen van de pompen, de ontvanger, de motor.De servo’s voor de roeren konden achterin en omdat de servo’s lineair waren moest ik ook een tandwiel overbrenging maken om de uitslag van het richtingsroer en duikroer te vergroten.
Omdat ik nu aardig wat spullen bij elkaar had kon ik eens gaan kijken voor de langs stabilisatie.
Dus in de boot alles wat ik had op een voorlopige plek ingedeeld en op een ronde stok gelegd zodat ik kon zien waar mijn middelpunt zat.
Er moest nog aardig wat lood bij achter in het schip en dit kon ik d.m.v. een gipsmal gebruiken als motor fundatie. Nu kon ik ook bepalen waar de waterdichte schotten kwamen en nu zat er echt vooruitgang in en ik had genoeg ruimte om alles redelijk in te bouwen.
Nadat dit allemaal gebeurd was en werkte ging ik de deksels van het waterdichte gedeelte maken en anders dan bij de K18 zaten die met moeren vast, ruim 90 stuks verdeeld over 6 luiken, ik vond twee luiken genoeg die ik met knevels wilde sluiten.
Maar wat ik niet wist was, dat als de trimpomp gaat werken er een overdruk in de romp komt die aardig hoog kan zijn. En dus ook hier weer aanpassingen moeten maken en nee ik lig er niet wakker van want een hoop dingen kun je pas uitproberen in het water.
Ik zeg wel eens van ';<0/HfzÉw! en gooi wat in een hoek maar het eind resultaat geeft je toch voldoening.
Wat hier in zo’n kort tijdsbestek is beschreven heeft toch ongeveer drie jaar geduurd.
Voor meer informatie neem dan contact op met:
FRED HUIJGEN